Nieuws

Op 30 juni jl. heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest voor de arbeidsrechtpraktijk gewezen

woensdag 5 juli 2017
In de wet is opgenomen dat indien de werkgever van een ontslag een verwijt te maken valt, een billijke vergoeding aan de ontslagen werknemer kan worden toegekend (naast eventueel de transitievergoeding). Dat is bijvoorbeeld het geval als de werkgever opzegt zonder ontslagvergunning van het UWV of indien de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, terwijl de reden daarvan in belangrijke mate aan de werkgever te verwijten valt. Voorheen werd aangenomen dat zo'n billijke vergoeding alleen een "punitief" (bestraffend) karakter heeft. Oftewel, dat de billijke vergoeding zo hoog moet zijn dat de werkgever in het vervolg zich niet opnieuw schuldig maakt aan het verwijtbaar handelen.De Hoge Raad heeft nu bepaald dat de hoogte van de billijke vergoeding onder omstandigheden mede moet worden bepaald aan de hand van de gevolgen van het ontslag voor de werknemer en omstandigheden zoals de duur van het dienstverband.

Tot 1 juli 2015 bestond de onredelijk ontslagprocedure in het arbeidsrecht, waarbij de werknemer in geval van ontslag onder omstandigheden schadevergoeding kon eisen waarbij dergelijke omstandigheden ook een rol speelden. Het lijkt er dus op dat de Hoge Raad die procedure min of meer via een omweg weer van stal haalt.

Hebt u vragen over voorgaande of een arbeidsrechtkwestie, neemt u dan contact op met mr. Boudewijn van Orsouw.
 
Delen op Facebook Delen op Twitter Delen op LinkedIn